Eerder heb ik al een keer geschreven over wat er gebeurd in je lichaam tijdens optredens. Hierin besprak ik een kort onderzoek van Esther van Fenema naar de lichamelijke reacties tijdens optredens. Zij concludeerde dat optreden echt vergeleken kan worden met topsport en dat je zowel fysiek als mentaal in een goede conditie moet zijn om een goede prestatie te leveren. Men heeft een optimaal stress niveau nodig om goed te kunnen presteren. Er ontstaan pas problemen bij te veel stress. Als directe reactie op situaties van stress maakt ons lichaam in eerste instantie een tweetal stresshormonen aan, namelijk adrenaline en noradrenaline. Vooral adrenaline is betrokken bij de lichamelijke reacties op stress. Lichamelijke verschijnselen van te veel stress zijn o.a. klamme handen, trillen, droge keel, zweten en hartkloppingen.

Het blijkt dat 1 op de 3 muzikanten last heeft van ernstige podiumangst die een negatief effect op de prestaties heeft. In sommige gevallen is dit effect zodanig groot dat het zo goed als onmogelijk wordt om nog op een podium te staan. Ondanks dat het zo vaak voorkomt rust er nog steeds een ontzettend groot taboe op. Om toch te kunnen blijven optreden slikken veel musici die aan podiumvrees lijden bètablokkers. Bètablokkers worden normaal voorgeschreven aan patiënten met hartritmestoornissen. Deze pillen onderdrukken het effect van adrenaline op het lichaam en op deze manier ook de lichamelijke reacties die ontstaan bij podiumangst. Deze medicijnen zijn niet zonder risico. Bij veelvuldig gebruik kunnen er namelijk problemen ontstaan met de bloeddruk en een verhoogd risico op suikerziekte en depressie. Een ander negatief van het gebruik van bètablokkers is het risico op het ontstaan van een vicieuze cirkel. Een enkele keer bètablokkers gebruiken in zeer uitzonderlijke gevallen zoals een hele belangrijke auditie zal waarschijnlijk niet direct problemen opleveren, maar op het moment dat je het gebruikt tegen podiumangst kan het zijn dat je het gevoel krijgt dat je het steeds vaker nodig hebt en daardoor nauwelijks meer zonder kan spelen. Psychologe Martine van der Loo deed een steekproef bij verschillende conservatoria over het gebruik van bètablokkers onder studenten. De percentages liepen uiteen van 19% tot en met wel liefst 49%. Als alternatief voor het gebruik van bètablokkers ontwikkelde Martine een mentaal begeleidingsprogramma om musici te helpen hun podiumangst te overwinnen zonder het gebruik van medicijnen. Ook schreef ze samen met psychologe Liesbeth Citroen het boek ‘Podiumangst’ vol tips en achtergrondinformatie over het onderwerp.

Volgens van Fenema is er tijdens de opleiding van muzikanten meestal te weinig aandacht om op mentaal niveau te leren hoe je een topprestatie kunt neerzetten. Ze stelt dat podiumangst eigenlijk gezien moet worden als een soort beroepsziekte en dat het daarom ook goed is als er een passende behandeling mogelijk is om mensen van dit probleem af te helpen. Om muzikanten van hun podiumangst af te helpen richtte Esther van Fenema de muziekpoli in het Leids Universitair Medisch Centrum op. Deze muziekpoli is speciaal voor muzikanten die door psychische klachten beperkt worden in de uitvoering van kun beroep. Er zijn bijvoorbeeld mogelijkheden tot het volgen van psychotherapie of EMDR.

Kortom, podium angst is een onderwerp wat de laatste jaren steeds meer in de belangstelling staat. Hoewel er nog steeds een taboe op rust komen er gelukkig steeds meer behandelmethoden om mensen te helpen om van dit vervelende probleem af te komen.