‘Kees, zet jij alvast maar de stoeltjes klaar, ’ zei de juf, terwijl mijn vriendinnetje Sandra en ik met zenuwachtige vlinders in onze buik achter de poppenkast zaten. De rode gordijntjes waren gesloten en in mijn fantasie waande ik me in een echt theater. Stiekem gluurde ik door de gordijntjes en zag hoe de stoeltjes klaar werden gezet en de kinderen gingen zitten. Ik werd overvallen door een overweldigend gevoel van blijdschap. Het moment was bijna aangebroken. De voorstelling ging beginnen…

Elke vrijdagmiddag was het vrije spelmiddag bij ons op de kleuterschool. Dat hield in dat je helemaal zelf mocht kiezen waarmee je wilde spelen. Er was altijd genoeg te doen. Je kon bijvoorbeeld verkleedpartijtjes houden, vadertje en moedertje spelen in het houten huisje aan het begin van de klas, tekenen en kleuren of met blokken spelen. Voor ieder wat wils. Tot slot was er ook de felbegeerde poppenkast die alleen op vrijdagmiddag tevoorschijn werd gehaald. Een gammel houten bouwwerkje met echte dieprode theatergordijntjes en daarbij een mandje met allemaal verschillende poppen. Alle kinderen wilden altijd het liefst met de poppenkast spelen. De juf probeerde wel te bemiddelen zodat iedereen eerlijk aan de beurt kwam, maar toch was het aan het begin van elke vrijdagmiddag weer een strijd. Soms vond de juf de verhaaltjes die de kinderen in de poppenkast speelden zo leuk dat ze aan het einde van de middag opgevoerd mochten worden.

Die middag was het de beurt van Sandra en mij om met de poppenkast te spelen. We verloren ons in onze fantasie over prinsessen en draken die prinsen bleken te zijn, gemene heksen en betoverde bomen. Na een tijdje kwam de juf naar ons toe. Ze vond ons verhaaltje erg leuk en zei dat we het mochten opvoeren als we dat wilden. Daar hadden we eigenlijk stiekem al op gehoopt. We kregen nog eventjes de tijd om te oefenen. Vol overgave namen we ons stukje nog een paar keer door en zorgden ervoor dat alles tot in de puntjes was uitgewerkt.

Vlak voordat we het stukje gingen opvoeren, toen de stoeltjes al klaar stonden en wij achter het gordijn zaten te wachten, had ik een blij gespannen gevoel. Een gevoel wat ik later nog veel vaker zou hebben vlak voor optredens. Het lijkt op het gevoel wat je kan hebben als je in een achtbaan zit en zo heel langzaam steeds hoger en hoger gaat. Je weet dat het moment eraan komt dat je in volle vaart naar beneden stort terwijl je maag nog ergens boven is blijven hangen. Het gevoel wat je dan hebt, vlak voordat je naar beneden gaat, is het gevoel wat ik heb vlak voor dat ik ga optreden. De spanning bouwt op en daarna volgt de ontlading. Het is een beetje eng, maar het geeft tegelijkertijd ook een ontzettende kick. Toen ik op die vrijdagmiddag in de poppenkast zat te wachten tot we het stukje gingen uitvoeren had ik voor het eerst dat gevoel. Dit was het moment dat ik zeker wist dat ik niets anders meer wilde dan optreden en op een podium staan.